Geschiedenis

Je kunt het je bijna niet voorstellen. De wolharige mammoet die over het  land van de Achterhoek trekt? En toch is het zo! In Vorden zijn de botresten gevonden van dit grootse dier met slachttanden die wel 4 meter lang konden worden. Hun resten liggen zo’n  dertig meter diep in de Vordense grond, de grond waarop wij nu lopen. 

De eerste mensen

Tien- tot vijftienduizend jaar geleden vestigden de eerste mensen zich in de Achterhoek. Het was hier bosrijk en parkachtig. Een soort poffertjespan met hoge delen met bossen en lage delen met moerasgebieden. Op de hoge delen hakten de mensen hun akkers uit. Als de grond na een poosje te arm werd, trokken ze weer  verder.

Tot ze ontdekten dat je grond ook kunt bemesten. De voedselrijke bovenlaag van het bos haalden ze eraf en brachten ze naar hun stallen. De dieren deden er hun behoefte op en dit mengsel werd op de akkers uitgestrooid. De bossen werden gekapt voor de bouw en brandhout; er werd meer gekapt dan er bij kon groeien en de Achterhoek werd steeds kaler. Doordat de grond schraler en kaler werd,  kwam er nieuwe vegetatie die juist van deze omstandigheden kon profiteren. Een liefhebber is van schrale grond en zonlicht: de Struikheide.

Zo ontstonden heidevelden die voor de landbouw niet geschikt waren. Ook op de natte moerasgronden kwam er nieuwe vegetatie. Een die juist houdt van schrale natte grond: de Dopheide. Ook de heide werd in die tijd weer gebruikt als strooisel en brandhout. Doordat de planten steeds gesnoeid werden voor gebruik, kon de heide zich blijven ontwikkelen. Het Groote Veld ontstond.

Vorden

In de kuilen van de poffertjespan bleef nog veel water staan, er ontstonden beken en stroompjes. De naam Vorden komt in 1121 voor het eerst in de geschriften voor en is afgeleid van het woord ‘Voorde’. Dit is een doorwaadbare plaats in een beek of rivier, in dit geval de Baakse Beek.  In 1235 werd Vorden een zelfstandige parochie.

Middeleeuwen

In de Middeleeuwen bloeide de streek op door de handel en de groei van de steden. De IJssel, nog een jonge rivier, was een druk bevaren route en goed verdedigd. Tot ver in het achterland was de bedrijvigheid van de IJsselsteden als Zutphen voelbaar, ook op het Groote Veld. Er werden Kastelen en buitenhuizen gebouwd.

Vorden kent nog steeds 8 kastelen en wordt dan ook het Kastelendorp genoemd. Rondom de kastelen en buitenhuizen ontstonden parken en aangelegde bossen. De soortenrijkdom in deze groene oases groeide.

Gouden eeuw

In de 17e en 18e eeuw waren de uitgestrekte bossen in Vorden verdwenen. Het gebied bestond toen voornamelijk uit hoge zandgronden met akkers, en heidegronden met hier en daar wat lage begroeiing. De droge gedeelten van de heide werden afgewisseld met lage, veenachtige en soms zelfs moerasachtige stukken. Door het gebied stroomden enkele kleine riviertjes, die regelmatig buiten hun oevers traden. 

Industriële revolutie

Eind 19de eeuw drong ook in ons land de Industriële revolutie door. Er was een grote behoefte aan naaldhout omdat Engeland meer steenkool nodig had en er dreigde een tekort aan hout om de mijngangen te kunnen stutten.

 

Rond 1920 werden er massaal naaldbossen aangelegd op de verschraalde zand- en heidegronden. De naaldbomen waren heel geschikt voor de arme grond en het tophout van de grove den was uitermate geschikt voor de mijnbouw. Doordat de lange, rechte stammen enigszins gedraaid groeien, beginnen ze eerste hevig te kraken voor ze uiteindelijk breken.

De mijnwerkers konden zo op tijd vluchten of de gangen versterken als ze gekraak hoorden.

In de jaren dertig werd door de vele werklozen massaal rabatten aangelegd. Kleine greppels voor de ontwatering. Op de hogere delen werden de jonge boompjes aangeplant. Ook dit is nog volop terug te vinden in ons gebied. Door het aanleggen van de naaldbossen verdween een groot deel van de heide.

Schapenmeer 

Het gebied was oorspronkelijk in eigendom van de familie van den Borch. Indertijd pachten boeren de gronden voor het houden van schapen. Als drinkwatervoorziening voor de schapen werd een ‘Meertje’ uitgegraven. Hier dankt het landgoed haar huidige naam aan. De toenmalige Baron had meer kosten dan baten en begon langzaam maar zeker gronden te verkopen.

 

Als een van de laatste stukken werd het Schapenmeer in 1952 aan de familie van Woudenberg-Hamstra verkocht. De familie kocht het met twee redenen, enerzijds voor de grondstofwinning van papier en anderzijds om op te jagen. De restanten van deze ontwikkeling zijn goed zichtbaar.                                                                                                                                                                                           

Er werd een productiebos aangeplant voor efficiëntere opbrengst en er werden extra paden aangelegd voor het oogsten en de jacht. Het bos is altijd toegankelijk geweest waar dankbaar gebruik van werd gemaakt door omwonenden en recreanten. 

In 2021 kreeg natuurbegraafplaats Schapenmeer de erfpacht over het gebied. Natuurbegraafplaats Schapenmeer kreeg de verantwoordelijkheid over dit bijzondere natuurgebied. De geschiedenis gaat door, vertelt weer nieuwe verhalen. Een nieuw hoofdstuk wordt geschreven.

Hoe we het gebied verder willen ontwikkelen, leest u hier.